Motie

  • Datum: 4 december 2025
  • Indiener/mede-indiener: Thijs Vos
  • Onderwerp: Uitnodiging tot formuleren wensen en bedenkingen voorgenomen oprichting RPIW WLR en gemeentelijk warmtebedrijf 'Warmtebedrijf Leiden'
  • Status: Aangenomen
  • Voor: In afwachting van de besluitenlijst
  • Tegen: In afwachting van de besluitenlijst

Motie: Borging van eerdere moties en amendementen en lokale initiatieven in de warmtetransitie

RV 25.0072
Uitnodiging tot formuleren wensen en bedenkingen voorgenomen oprichting RPIW WLR en gemeentelijk warmtebedrijf ‘Warmtebedrijf Leiden’
Motie: M.25.0072.01
Onderwerp: Borging van eerdere moties en amendementen en lokale
initiatieven in de warmtetransitie
De raad van de gemeente Leiden, bijeen in de vergadering van 4 december 2025,
Constaterende dat:

  1. De raad eerder diverse moties en amendementen heeft aangenomen die richting geven aan de warmtetransitie, maar dat in de fase van oprichting van het regionale warmtebedrijf steeds nieuwe informatie bijkomt;
  2. Dat daardoor nog onvoldoende zicht is op de borging en uitwerking van deze besluiten in de praktijk;
  3. Lokale energie-initiatieven en coöperaties aantoonbaar bijdragen aan draagvlak, betaalbaarheid, innovatie en lokale verankering van warmtesystemen, maar dat hun rol en mogelijkheden in de huidige fase nog onvoldoende zijn verankerd;
  4. Onder de Wet collectieve warmte (Wcw) de gemeente een integrale publieke  regierol heeft bij kavelafbakening, bronregie, vergunningverlening en toezicht, maar dat op het moment van deze wensen en bedenkingenprocedure nog niet duidelijk is hoe deze rol structureel en voldoende onafhankelijk kan worden blijven ingevuld en hoe belangenverstrengeling met het aandeelhouderschap wordt voorkomen.

Overwegende dat:

  1. Borging van eerdere moties en amendementen een belangrijk onderwerp wordt de komende jaren;
  2. Dat die borging cruciaal is vóór de oprichting van de warmtebedrijven, omdat de Leidse stem daarna nog slechts 16,41% weegt en bijsturen aanzienlijk moeilijker wordt;
  3. Maatschappelijke participatie via lokale initiatieven structureel en transparant moet worden verankerd om legitimiteit en draagvlak van de warmtetransitie te waarborgen, en dat bij ontwikkeling en periodieke actualisatie van de kavelstrategie en het bronallocatiebeleid expliciet moet worden afgewogen hoe lokale initiatieven bijdragen aan publieke belangen zoals duurzaamheid, betaalbaarheid, leveringszekerheid en draagvlak;
  4. De gemeente bij de uitoefening van haar regierol dient te handelen vanuit het publieke belang, conform de governance-richtlijnen voor publieke warmtebedrijven, en daarbij een integrale benadering moet hanteren die ook elektriciteit, koeling en opslag omvat.

Verzoekt het college:

  1. Vóór het einde van de kwartiermakersfase met de commissie het gesprek te voeren en inzichtelijk te maken hoe de uitvoering en borging van aangenomen moties en amendementen wordt verankerd in de oprichting en verdere uitwerking van de warmtebedrijven of worden beïnvloed door deze oprichting;
  2. Lokale energie-initiatieven tijdig, transparant en structureel te betrekken bij beleidsvorming en besluitvorming rond warmtekavels, bronnen en collectieve warmtesystemen, en hen op basis van objectieve, non-discriminatoire criteria volwaardig te laten deelnemen aan toewijzingsprocedures, waarbij deze borging expliciet wordt opgenomen in beleidsdocumenten zoals het warmteprogramma, wijkuitvoeringsplannen, kavelstrategie vaststellen en aanwijzen.
  3. Bij de inrichting van de gemeentelijke governance een duidelijke organisatorische en personele scheiding te borgen tussen de publieke regierol en bevoegdheden die de Wcw aan de gemeente toekent enerzijds, en de rol van aandeelhouder van het regionale warmtebedrijf anderzijds, om belangenverstrengeling te voorkomen. En gaat over tot de orde van de dag.

Thijs Vos – PS
Antje Jordan – D66
Tom Leest – VVD

 

TOELICHTING: 
Deze motie beoogt de borging van drie pijlers die samen de legitimiteit en het draagvlak van de warmtetransitie bepalen. Daarbij constateren wij dat in de huidige fase zowel de borging als de uitwerking van eerder aangenomen raadsbesluiten nog erg in beweging en daardoor onvoldoende zichtbaar is, en dat ook te weinig inzicht is in hoe de oprichting van de warmtebedrijven invloed zal hebben op het verdere verloop van de transitie.

  1. Bescherming democratische besluiten De raad heeft eerder moties en amendementen aangenomen die richting geven aan de transitie. Deze besluiten moeten aantoonbaar worden meegenomen in de oprichting en uitwerking van de warmtebedrijven. Zonder borging verliest de raad invloed, aangezien de Leidse stem straks nog slechts 16,41% weegt.
  2. Bescherming lokale initiatieven Energiecoöperaties en bewonerscollectieven leveren draagvlak, betaalbaarheid en innovatie. Hun rol moet structureel en transparant worden verankerd in beleidsdocumenten zoals warmteplannen, wijkuitvoeringsplannen, kavelstrategie en bronallocatiebeleid. Daarbij moeten objectieve en non-discriminatoire criteria gelden, zodat zij volwaardig kunnen deelnemen en hun bijdrage aan publieke belangen expliciet wordt meegewogen.
  3. Bescherming publieke rol van de gemeente De Wet collectieve warmte geeft de gemeente een regierol bij kavelafbakening, bronregie, vergunningverlening en toezicht. Deze rol moet strikt vanuit het publieke belang worden ingevuld, met een duidelijke scheiding van het aandeelhouderschap in het regionale warmtebedrijf. Daarbij hoort ook een integrale benadering van energie (warmte, elektriciteit, koeling, opslag) en het volgen van governancerichtlijnen voor publieke warmtebedrijven.

Door deze drie pijlers samen te brengen, borgt de motie dat de warmtetransitie niet alleen een technisch en bestuurlijk proces is, maar ook een  democratisch gelegitimeerd en maatschappelijk gedragen traject waarin de raad en de samenleving blijvend invloed houden.

Volg ons op
Copywright © 2025 Partij Sleutelstad | Alle rechten onder voorbehoud
Website door Boutier Design